Skip to Content

Hoe vertalen we de ambities van de EU Havenstrategie naar werkbare, proportionele en doeltreffende wetgeving wat bijdraagt tot de veerkrachtigheid van onze havens en de competitiviteit van Europa? Die vraag stond centraal tijdens het debat met Europese beleidsmakers dat de vijf Nederlandse zeehavens, verenigd in de Branche Organisatie Zeehavens (BOZ), op 29 september organiseerden in Brussel.

De havendirecteuren van Amsterdam, Groningen Seaports, Moerdijk, Rotterdam en North Sea Port gingen er in debat met de Europarlementsleden Sara Matthieu en Willemien Koning, op het moment dat de onderhandelingen over de EU Havenstrategie in het Europees Parlement volop lopende zijn. Sérgio Gonçalves, rapporteur voor het dossier in het Europees Parlement, opende het evenement. De panelgesprekken werden gemodereerd door Isabelle Ryckbost, secretaris-generaal van ESPO.

Met het evenement brachten de Nederlandse havens hun gezamenlijke position paper "Full steam ahead" onder de aandacht, waarin zij hun gezamenlijke drie prioriteiten naar voren schuiven voor de verdere uitwerking van de Strategie.

Investeringszekerheid in een mondiaal speelveld

De Nederlandse havens onderstrepen dat het realiseren van Europa's ambities op vlak van concurrentievermogen, weerbaarheid en de energietransitie substantiële private investeringen vereist. Het aantrekken van kapitaal op die schaal staat of valt met een stabiel en voorspelbaar investeringsklimaat. Publiek beheerde havens moeten voldoende ruimte houden om langetermijnafspraken te maken die aansluiten bij de looptijd, het risicoprofiel en de kapitaalintensiteit van deze investeringen. Wordt die ruimte ingeperkt, dan dreigt Europa net de investeringen mis te lopen die de Havenstrategie net wil aantrekken.

Duidelijkheid over kritieke haveninfrastructuur

Havens spelen niet enkel een economische rol, maar vervullen ook een sterke maatschappelijke rol als kritieke en dual-use infrastructuur. De Nederlandse havens vragen snel duidelijkheid over de verdeling van verantwoordelijkheden en kosten tussen lidstaten, havenbeheerders en havenoperatoren zodra havens worden aangemerkt als "Strategic Dual-Use Infrastructure" (SDI). De BOZ-havens verwelkomen deze erkenning als een belangrijke stap, mits ze gepaard gaat met een heldere bevoegdheidsverdeling en dit uitgewerkt samen met de sector. Op het vlak van economische veiligheid steunen de BOZ-havens de herziene EU-verordening voor de screening van buitenlandse investeringen (FDI-screening) als het juiste instrument en vragen zij dat de aangekondigde richtsnoeren en het monitoringkader proportioneel en werkbaar blijven zodat Europa aantrekkelijk blijft voor de investeringen die het dringend nodig heeft.

Paul Dirix vroeg hierbij expliciet om aandacht voor middelgrote en kleine zeehavens.

Middelgrote en kleine havens hebben dezelfde veiligheidsvraagstukken als grote havens. Dat regels als NIS2 voor alle havens gelden, is dus terecht. Maar voor kleinere havens weegt het naar verhouding zwaarder. Het kost veel budget, terwijl er geen inkomsten tegenover staan. Leidt de Europese Port Strategy tot meer verplichtingen? Dan is mijn vraag: hoe houden we rekening met de armslag van middelgrote en kleine havens?

Grensoverschrijdende clustersamenwerking als Europese troef

Laten we grensoverstijgend en in termen van sterke samenwerking blijven denken. Grensoverschrijdende samenwerking zit niet toevallig in het Europese DNA, het is ook hoe BOZ zelf functioneert. Precies daarom vragen de BOZ-havens de Europese instellingen om die realiteit als uitgangspunt te nemen bij de verdere uitwerking van de EU Havenstrategie, of het nu gaat om energie-infrastructuur, achterlandcorridors, militaire mobiliteit of economische veiligheid: beleid dat uitsluitend vanuit een nationale bril wordt vormgegeven, doet onvoldoende recht aan hoe havens en industrieclusters in de praktijk functioneren.

Het debat met Sara Matthieu en Willemien Koning bevestigde dat deze thema's ook in het Europees Parlement hoog op de agenda staan met de onderhandelingen over de Havenstrategie, maar ook in andere belangrijk gerelateerde dossiers zoals het Europese Grid Package, de Industrial Accelerator Act of aankomende Circularity Act. Voor de Nederlandse zeehavens is dit het moment om, samen met partners in heel Europa, mee vorm te geven aan de volgende fase: van strategie naar werkbare en tijdig gefinancierde wetgeving.

De BOZ-havens kijken uit naar een nauwe samenwerking met het Europees Parlement in het vervolg van dit traject.