Nederland, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen willen ARRRA-cluster uitbouwen tot motor van Europese industriële weerbaarheid
De uitvoering van de Europese havenstrategie krijgt nieuwe vaart. Nederland, Vlaanderen en Noordrijn-Westfalen zetten tijdens de Haventop op 5 oktober in de Plantentuin in Meise (België) een duidelijke, gezamenlijke koers uit voor sterkere Europese havens en industrie.
De havens Rotterdam, Moerdijk, North Sea Port, Antwerpen-Brugge, en Oostende verwelkomen samen met de havens van Duisburg en Keulen de slotverklaring van de Haventop in Meise, waarin de drie regeringen het strategische belang van het ARRRA-cluster (Antwerp-Rotterdam-Rhine-Ruhr Area) onderschrijven.
Die grensoverschrijdende regio vormt een geïntegreerd industrieel en logistiek ecosysteem en is een van de belangrijkste motoren voor de Europese economie. Samen met de Duitse havens Duisburg en Keulen vertegenwoordigen de betrokken Vlaamse en Nederlandse havens een toegevoegde waarde van ongeveer 65 miljard euro en bijna 600.000 banen.
Hoge energieprijzen, internationale concurrentie, trage vergunningstrajecten en verschillen in regelgeving wegen steeds zwaarder op de concurrentiekracht.
Drie prioriteiten centraal
De betrokken havens werken al langere tijd op verschillende terreinen aan intensievere samenwerking. Zij hebben in juni 2026 een gezamenlijke brief gestuurd naar de minister-presidenten van Nederland en Vlaanderen. Daarin formuleerden zij drie prioriteiten voor de gezamenlijke Nederlands-Vlaamse en Noordrijn-Westfaalse Haventop:
Een gelijk speelveld voor bedrijven in de ARRRA-regio.
Betere grensoverschrijdende energie-infrastructuur.
Snellere vergunningverlening via zogenoemde versnellingsgebieden.
Die drie prioriteiten komen duidelijk terug in de slotverklaring van de Haventop.
CEO’s van de havenbedrijven:
De slotverklaring bevat belangrijke antwoorden op de uitdagingen die onze havens en industrie vandaag ervaren. We zijn dan ook tevreden dat onze drie prioriteiten – een gelijk speelveld, grensoverschrijdende energie-infrastructuur en snellere vergunningverlening – duidelijk terugkomen. Nu is het zaak om deze afspraken snel te vertalen naar concrete maatregelen en investeringen. Als havens zijn we klaar om daar samen met de betrokken overheden en de Europese Unie onze rol in op te nemen.”
Gelijk speelveld
De havens wijzen onder meer op de passages over de harmonisatie en gezamenlijke interpretatie van regelgeving. Ook het wegnemen van grensoverschrijdende, regelgevende barrières sluit volgens hen aan bij hun vraag om het gelijke speelveld tussen de verschillende industriële clusters te versterken.
Energie-infrastructuur als sleutel
Een tweede belangrijk punt is de verdere ontwikkeling van grensoverschrijdende energie-infrastructuur. De overheden willen sterker coördineren rond onder meer waterstof- en CO₂-infrastructuur.
Die samenwerking moet bijdragen aan een samenhangende aanpak voor waterstof en een competitieve grensoverschrijdende waardeketen voor CCS, oftewel carbon capture and storage. Voor de industrie is die duidelijkheid noodzakelijk om investeringen mogelijk te maken en de verduurzaming verder te versnellen.
ARRRA als versnellingsgebied
Ook het idee om de ARRRA-cluster te behandelen als grensoverschrijdend versnellingsgebied wordt positief onthaald. Zo’n aanpak moet de regeldruk verminderen en zorgen voor meer rechtszekerheid voor investeringen in maatschappelijk en economisch belangrijke projecten.
Snellere en voorspelbare vergunningstrajecten zijn volgens de havens cruciaal om investeringen in energie, industrie, logistiek en circulaire economie niet te laten vastlopen.
Ook focus op circulaire economie en innovatie
Naast de drie hoofdprioriteiten willen de betrokken overheden ook de grensoverschrijdende samenwerking rond circulaire economie, duurzame scheepvaart en innovatie versterken. Zo moet de ARRRA-cluster uitgroeien tot een aantrekkelijke investeringsregio en Europese proeftuin voor onder meer autonome logistiek en nieuwe technologieën.
Van afspraken naar resultaten
De havens sluiten zich aan bij het signaal van de overheden dat de verduurzaming van de Europese industrie alleen kan slagen als bedrijven en overheden over grenzen heen samenwerken.
Het komt er nu op aan dat de afspraken van de Haventop van 5 oktober 2026 goed worden gecoördineerd, periodiek opgevolgd en vooral worden omgezet in concrete acties en resultaten. Zowel onderling door de overheden, havens als samen met de EU.